Wsw-werknemersbestand vergrijst: instroom stokt, uitstroom hoger dan verwacht
Het aantal mensen met een sociale werkvoorziening (Wsw) is in 2022 verder vergrijsd. De instroom is gestopt, terwijl de uitstroom hoger ligt dan verwacht, meldt het jaarrapport.

Het werknemersbestand van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) telde eind 2022 ruim 63.000 mensen. Het merendeel van hen, 93 procent, werkt bij een gemeente of sociaalwerkbedrijf. Een kleiner deel, 7 procent, heeft een arbeidsovereenkomst met begeleiding.
Van alle Wsw-werknemers is 36 procent gedetacheerd, zowel individueel als in groepsverband. De overige 57 procent werkt intern en krijgt begeleiding van een sociaalwerkbedrijf. Het jaarrapport, opgesteld door onderzoeksbureau Panteia in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, toont aan dat de vergrijzing binnen deze groep toeneemt.
Verwachtingen niet gehaald
De realisatie in arbeidsjaren bleef in 2022 achter bij de verwachtingen die werden gesteld bij de invoering van de Participatiewet. Destijds werd een hoger aantal arbeidsjaren voorspeld. De lagere realisatie, 58.095 arbeidsjaren in plaats van de verwachte 63.129, komt doordat de uitstroom van Wsw-werknemers door de jaren heen hoger is dan aangenomen. Volgens de Rijksoverheid is overlijden, pensioen of langdurige ziekte de voornaamste reden voor uitstroom, goed voor 78 procent van de gevallen.
De gemiddelde leeftijd van Wsw-werknemers steeg naar 52,4 jaar, een toename van bijna vier jaar sinds 2015. Dit is een direct gevolg van de stop op de instroom in de Wsw. Het aandeel werknemers boven de 45 jaar is gestegen van 68 naar 78 procent, terwijl jongeren onder de 27 jaar vrijwel niet meer voorkomen in het bestand. Ook de verhoging van de AOW-leeftijd draagt bij aan de stijging van de gemiddelde leeftijd.
Lees ook: Jacco Vonhof leidt LLO-Katalysator: focus op scholing en arbeidsmarkt · Miljoenenimpuls voor mbo-samenwerking met bedrijfsleven
Tags
- #wsw
- #sociale-werkvoorziening
- #participatiewet
- #werkgelegenheid
- #arbeidsmarkt